Plant-, dier- en milieutechnieken 2de graad

Voor de technische richtingen werd er door de minister van Onderwijs en de onderwijskoepel beslist om naar een brede tweede graad over te stappen. Dit heeft als voordeel dat uw kind minder snel moet kiezen dat hij tuinbouwer of dierenverzorger zal worden. Bovendien zijn er heel wat bedrijven in de sector (onder andere tuincentra) die graag willen dat hun werknemers van beide zaken iets afweten. Deze hervorming is dus een verbetering.

Zo is het voor de dierenverzorgers interessant om ook iets af te weten van de voedergewassen en het leefmilieu van de dieren die ze verzorgen. Voor de tuinders is het belang van het milieu ook toegenomen. Op deze manier vinden de beheersovereenkomsten meer en meer ingang in hun sector.
In deze brede tweede graad wordt dus een ruimere basis gelegd zodat de mogelijkheid open gelaten wordt om ongekende interesses te ontplooien. Uiteraard zullen er al leerlingen zijn die een duidelijke interesse hebben in planten of dieren. Om aan deze leerlingen hun wensen tegemoet te komen, kan de school voorzien in aparte klassen die het accent van de richting meer richten naar de dieren of de planten.

In deze technische richting zijn praktische vorming, kennis en inzicht belangrijk.

De module plant

De module plant is de basis voor leerlingen die later in de derde graad kiezen voor de studierichting planttechnische wetenschappen. De leerlingen gaan in een eerste deel na welke sectoren planten opkweken. Hierdoor krijgen ze inzicht in de arbeidsmarkt waar ze later zullen tewerkgesteld worden. In de module plant komen volgende leerstofdelen aan bod: plantenkennis, groei- en ontwikkelingsprocessen, vermeerderingstechnieken, bodembewerkingen, verzorgingstechnieken, oogsten en verkoopsklaar maken. Deze studie, waaraan telkens praktijkoefeningen zijn gekoppeld, legt de basis om in de derde graad dieper in te gaan op de teelten zelf in de sectoren bloementeelt (bloemsierkunst), groenteteelt, fruitteelt, sierboomteelt en tuinaanleg.

De module dier

De module dier is de basis voor leerlingen die later in de derde graad kiezen voor de studierichting dier- en landbouwtechnische wetenschappen. Zoals voor de module plant worden de leerlingen ook in contact gebracht met de sectoren waar dieren belangrijk zijn, zodat ze beter beseffen waar ze later kunnen tewerkgesteld worden. In de module dier komen volgende leerstofdelen aan bod: oriëntatie van de sectoren, dierenkennis, levenswijze en ontwikkeling, voeding en verzorging, huisvesting, gezondheid, dierlijke producties. De theoretische basis is gekoppeld aan praktische oefeningen. De soorten dieren waar ze op school leren mee omgaan, zijn de kleine zoogdieren (pony’s, schapen, konijnen, cavia’s, chinchilla’s, …), de vissen, de vogels (zangvogels, ganzen, kippen, …), reptielen en amfibieën.

De module milieu

In de module milieu wordt het belang van het milieu voor planten, de dieren en de mens bestudeerd. Bovendien komt hier ook aan bod hoe de mens zijn milieu kan verfraaien door de aanleg van zijn tuin of de decoratie van de huiskamer met bloemen. De milieustudie zelf omvat volgende thema’s: invloed van omgevingsfactoren op het milieu en de groei- en ontwikkelingsprocessen bij planten en dieren, aanleg en verzorgen van tuinen en groene ruimten. Deze module legt de basis voor leerlingen die later tuinaannemer willen worden of een studierichting met milieu wensen te doen.

In de derde graad moet een meer gespecialiseerde keuze gemaakt worden binnen de twee modules planten of dieren.

Lessentabel tweede graad plant-, dier- en milieutechnieken

VAKKEN 3 TPDM 4 TPDMP 4 TPDMD
Godsdienst / N.C.Zedenleer 2 2 2
Aardrijkskunde 1 1 1
Engels 2 2 2
Frans 2 2 2
Geschiedenis 1 1 1
Informatica 1 1 1
Lichamelijke opvoeding 2 2 1
Nederlands 4 4 4
Wiskunde 3 3 3
Plant – milieu 5 (2 u praktijk) 6 (4 u praktijk) 3 (1u praktijk)
Dier 4 (2 u praktijk) 3 (1u praktijk) 6 (4u praktijk)
Algemene techniek 1 1 1
Toegepaste biologie 2 2
Toegepaste chemie 2 2
Toegepaste fysica 2 2
AANTAL UREN PER WEEK 34 34 34